De outing; didactisch gezien
Hieronder staan de besproken onderdelen wat betreft coaching nog eenmaal kort uitgewerkt.
Bakken:
- Praatje, plaatje, daadje; even vertellen wat je wilt zien, even voordoen en dan na laten doen.
- Landschappelijke aanwijzingen: over het platje heen kijken is makkelijker uit te voeren en duidelijker voor de roeier dan “hoofd omhoog”.
Voorbespreking:
- Wat is het doel van de outing?
- Ga je op de groep of individiueel coachen?
- Welke punten hebben vandaag de aandacht?
- Wat is de omvang en intensiteit van de outing?
- Hoe ver ga je roeien?
- Ga je alleen technisch bezig of ga je ook opzetjes of zelfs lange stukken hard? Als de roeier weet wat hem of haar te wachten staat is de concentratie veel makkelijker vast te houden.
Tijdens het roeien:
- Coach op de punten die je bij de voorbespreking hebt aangegeven
- Coach op 1 punt tegelijk
Denk maar aan het voorbeeld van het autorijden: als je net leert autorijden, kun je er niet ook bij praten. Je aandacht is volledig op dat ene gericht. Langzamerhand kan je er bij praten. Tenzij er iets fout gaat; er komt onverwachts een fietser die je niet gezien hebt. Direct houd je op met praten en concentreer je je alleen nog even op het rijden.
Tijdens je examen praat de examinator met je over luchtige dingen. Dit is niet omdat hij of zij zo geïnteresseerd is in je persoonlijke leven, maar dit is om te kijken of je twee taken tegelijk kan uitvoeren.
Om dus te checken of een roeier dat ene punt, waar je de hele outing of misschien al een paar outingen op gehamerd hebt, redelijk geautomatiseerd heeft, kan je dus een tweede punt erbij doen. Als het eerste punt gehandhaafd blijft, kan je er vanuit gaan dat de roeier het eerste punt redelijk tot goed beheerst en kan je verder en hoef je maar af en toe terug te schakelen naar het eerste punt. Zie je het eerste punt direct wegvallen, ga dan maar terug naar het eerste punt.
- Denk aan de “self-fulfilling prophecy”:
Als jij uitstraalt de je verwacht dat het goed gaat en dat je vind dat het goed gaat (ook al vind je dat misschien niet helemaal), zal het eerder goed gaan met de ploeg dan wanneer jij uitstraalt of zegt dat je er niets van verwacht. Dit betekent niet dat je een ploeg of roeier niet mag aanspreken op gedrag of slechte inzet enz. Maar ook dit kan je meer effect laten hebben als je uitstraalt of zegt dat je verwacht dat het vanaf nu goed of beter gaat.
Nabespreking:
- Terugkoppelen van punten waarop je gecoacht hebt
- Als je vindt dat het voor de rest erg slecht ging kan je dat wel zeggen maar noem dat niet als belangrijk punt. Bijvoorbeeld: “ eigenlijk ben ik niet tevreden over hoe het roeien in zijn geheel ging, maar de punten waarop we gecoacht hebben gingen goed /beter”
- Vraag de mening van roeiers. Let hierbij op dat ze hun mening geven over dat waar jullie deze outing mee bezig zijn geweest.
- Altijd met iets positiefs beginnen.
Als de punten waarop je gecoacht hebt ook allemaal slecht gingen, zeg dan iets positiefs over de inzet. Ben je echt over helemaal niets tevreden, probeer er dan of achter te komen waar dat aan lag (moe, geen zin, slecht weer, enz…) of zeg het zonder een punt van te maken. Bijvoorbeeld: “Ik ben niet tevreden over deze outing qua techniek en inzet. Jammer, maar helaas. Ik verwacht dat we de volgende keer allemaal weer met frisse moed beginnen en dan doen we het beter.”
- Check of alles wat je zei/ gedaan hebt is begrepen door de roeiers
Verder punten ter begeleiding:
- Een ploeg heeft altijd goede en minder goede roeiers. Zorg dat je voor iedereen een puntje hebt. Dat is fijn voor de minder goede roeiers (anders krijgen zij het gevoel de slechtste van de boot te zijn en de rest van de boot krijgt dat ook. Nooit goed voor het ploeggevoel…), maar ook fijn voor de betere roeiers. Zij willen namelijk ook leren.
Je kan op verschillende manieren begeleiden in een beweging:
- Vocaal (met je stem begeleiden).
Dit doe je met name langs de kant. Een roeier moet een beweging heel vaak goed doen voordat deze geautomatiseerd is. Zelf kent het lichaam de beweging nog niet. Soms (niet de hele tijd) een beweging stap voor stap mondeling begeleiden kan helpen om de beweging in het lichaam te krijgen.
- Manueel (met je handen begeleiden).
Deze vorm kan uiteraard niet in de boot, maar wel heel goed in de bak. Je kan de roeier in houdingen kneden of een paal sturen, zodat de roeier de goede beweging een keer gevoeld heeft.
- Visueel (iets laten zien).
Ook een vorm die met name in de bak zin heeft. Verder natuurlijk op video. Het verschil tussen henzelf en een andere roeier kan heel verhelderend zijn.
- Stel vragen aan de roeiers. Vaak weten zij wel hoe het moet of hoe het voelt, maar weten zij het niet te verwoorden. Probeer door gerichte vragen de informatie uit de roeier zelf te halen, dan blijft het ook langer hangen
- Motiveer waarom ze iets moeten doen. Zij snappen dan waarom ze iets doen, de informatie blijft langer hangen en ze krijgen een beter bewegingsgevoel.
- Met name beginnende roeiers hebben nog weinig tot geen bewegingsgevoel wat betreft het roeien. Door middel van alle hierboven genoemde punten en het bekijken van zichzelf op video zal dit bewegingsgevoel hen steeds meer eigen worden.
Verder:
Zeg altijd wat. Een coach langs de kant die niets zegt is heel vervelend. Een ploeg heeft niet het gevoel dat ze wat aan je heeft. Praat desnoods over het mooie gladde water of over de punten die al wel goed gaan (als je geen fouten ziet).
Techniek
Wanneer je naar een ploeg kijkt draait het om drie dingen:
- bewegingsvolgorde
- lengte van de haal
- verhouding haal - recover
Wanneer daar dingen aan schorten, kan je kijken waar die door komen. Is de haal te lang (wat je kan zien aan de hoeken ten opzichte van de loodrechte lijn op de boot), kan het zijn dat iemand te ver inbuigt, of te ver doorvalt. Is de haal te kort, dan kan het ook best zijn dat iemand te ver inbuigt, maar daardoor bijvoorbeeld niet kan intikken en dus een hele korte haal heeft. Zo zijn alle dingen terug te brengen op de drie bovengenoemde principes.
De verhouding tussen de haal en de recover is in steady state 1:3. Bij hard roeien verschuift deze naar 1:2
Bij het kijken naar een ploeg kijk je dus naar de drie principes. Wat je daaraan ziet, probeer je terug te leiden naar concrete verbeteringen. Dit alles kan je combineren met het didactische gedeelte; duidelijk aangeven wat er wel moet gebeuren. Voor jezelf kan je heel duidelijk bedenken wat er fout is, maar de roeiers moeten vooral weten wat ze moeten doen en vooral hoe. Je kan uiteraard wel een uitleg geven waarom iets moet gebeuren.