Wedstrijdroeien is de meest intensieve vorm van roeien. Een hoge trainingsintensiteit moet prestaties op nationale wedstrijden als resultaat hebben. In het voorjaar worden er vooral langebaan-wedstrijden verroeid, variërend in afstand van vijf tot acht kilometer. In het daaropvolgende kortebaan-seizoen worden wedstrijden verroeid op een twee-kilometerbaan, zoals de Bosbaan in Amsterdam of de roeibaan in Harkstede.
Omdat je als wedstrijdroeier het gezicht van de vereniging bent, krijg je de beste begeleiding en mag je met het beste materiaal roeien. De trainingsintensiteit bij het wedstrijdroeien is hoog. In het eerste jaar zal dit ongeveer 6 keer per week zijn. Bij ouderejaars wedstrijdroeiers zal dit aantal langzaam uitgebouwd worden.
Tegenover al dit harde trainen staat dat je met een hechte groep van ploeggenoten, stuur en coaches een jaar met veel sportieve hoogtepunten zult gaan beleven. Je leven lang zul je profijt hebben van deze vriendschappen en ervaringen.
Een jaar een wedstrijdroeien is dus een jaar om nooit te vergeten.
Een wedstrijdseizoen is op te delen in een voorbereidingsperiode, een lange baan seizoen en een korte baan seizoen.
In de voorbereiding wordt veel tijd besteedt aan het opbouwen van kracht en conditie. Tevens zal deze periode benut worden om technisch progressie te boeken. Naast boottrainingen wordt er in deze periode ook veel gedaan aan circuit- en ergometertrainingen.
In het lange baan seizoen worden drie grote wedstrijden gevaren. De WinterWedstrijden in Delft, de Head of the River en de Heineken Roeivierkamp. De laatste twee worden verroeid op de Amstel in Amsterdam. De wedstrijden zijn variërend in afstand van vijf tot acht kilometer.
Het korte baan seizoen bestaat uit zeven wedstrijden die over Olympische afstand van twee kilometer gaat. Op de Varsity, Hollandia, ZRB, Westelijke Regatta, ARB, Martini Regatta en NSRF zal er boord aan boord gestreden worden voor de overwinning.
Studenten die aan hun eerste jaar van wedstrijdroeien willen gaan beginnen komen in het project “De Achten van het Noorden”. Ook je eerste wedstrijdjaar zal het bovengenoemde seizoensindeling hebben. Voordat bekend is wie er in de eerstejaarsachten komen is er een selectie. Deze selectie begint op de selectiedag begin oktober.
Verder zul je als eerstejaars van het moment dat je “in training” gaat geen alcohol mogen drinken en voor 12 uur in bed moeten liggen. Behalve als je wint natuurlijk. Deze regels zijn noodzakelijk omdat het wedstrijdroeien veel van je lichaam vraagt en je de nodige rust kunt gebruiken. Extra belasting is niet bevorderlijk voor je herstel en progressie.
Je studie zal er niet onder lijden want als wedstrijdroeier leef je een regelmatig en gezond leven. Wedstrijdroeien is een manier van leven.
In je eerste jaar als wedstrijdroeier start je meestal in een acht. Er zijn bij de eerstejaars drie groepen wedstrijdroeiers:
Na een jaar “Achten van het Noorden” kun je natuurlijk doorstromen in het ouderejaars roeien. Waar je in je eerste jaar een stevige basis hebt gelegd kun je dat in de volgende jaren gaan uitbouwen. Ook nu zul je weer technische progressie maken en aan fysieke verbetering werken. Het is mogelijk om binnen een tijdsbestek van 4 à 5 jaar wedstrijdroeien aansluiting bij de nationale bond te krijgen.
Goede voorbeelden hiervan zijn de Olympische roeiers in Beijing; Jan-Willem Gabriëls, Rogier Blink en Paul Drewes, WK-roeier Dennis Beemsterboer, SeniorenB WK-roeiers Joris Pijs en Koen Pouwels, en Studenten WK-roeiers Nanne Sluis en Nieke Groen. De meesten van hen zaten ook ooit in een eerstejaars acht. Zo had Jan-Willem nog nooit aan roeien gedaan voordat hij in 1999 in de zware acht van Gyas terecht kwam. Vijf jaar later, in 2004, wist hij met de Holland8 zilver te behalen bij de Spelen in Athene.